Familia
juni 2005
Print Document

Marieke Haafkens


Weekje familiecruise in Turkije - Zachtjes deinen op de ‘Grandi’

Neem een klassieke houten boot, een handvol gezinnen, wind, zon, blauwe snorkelbaaitjes en zee-egels voor het oprapen en je hebt een ideale familievakantie. Een familiecruise voor de Turkse kust is puur genieten.

Tekst en foto’s Marieke Haafkens

Het is even wennen die eerste dag aan boord. Het voortdurende deinen van de gulet (Turkse zeilboot), het gekraak van de masten, de felle zon buiten, de diepe duisternis binnen en de verse reisgenoten: twee Engelse gezinnen en een Nederlands echtpaar. Gevolg: zodra de zeilen zijn gehesen en de ‘Grandi’ majestueus door het water klieft valt deze familie als een blok in slaap. We worden pas weer wakker als de boot voor anker ligt in een rustige baai. Kapitein Levent lacht. ‘Even wennen? Over twee dagen weet je niet beter!’ Hij krijgt gelijk.

Schatkamer

Al op dag twee hangen we ’s avonds als luie pasja’s onder de luifel op het achterdek, in afwachting van het diner. Boekje erbij, borrelhappen op tafel, avondzonnetje in de nek. Uit de stuurhut klinkt muziek. De volwassenen hebben beleefd beroepen uitgewisseld, de kinderen hebben naar elkaar gekeken. Iedereen kan weer terugvallen in oude gewoonten. ‘Robin wil je niet dat hele schaaltje leeggraaien? Er zijn méér mensen.’
Het was een drukke dag. Tommie heeft z’n eerste zeeduik gemaakt vanaf het zwemtrapje, Simon (40+, type ‘Woody Allen’) heeft in de kano gezeten, Hyacinth (40+, zijn vrouw) is eruit gevallen, Eloíse (4, Engels prinsesje met rood haar) heeft met zwemvest én zonnehoed één teen in het water gestoken en Robin (angry young man van 8) heeft de handdoek van z’n broer Joe (11) natgespoten omdat die als eerste op de surfplank ging.
Verder hebben we zo ruig gezeild dat we ons vast moesten houden aan de dekkussens om de zee niet in te rollen. De wind joeg het zeewater door de gangboorden. De kinderen speelden spelletjes in de kajuit, terwijl de bemanning de tafel overeind hield. En een enkeling zocht zijn hut op wegens zeeziekte.
Nu liggen we voor anker in een rustige baai. Helder water, rotsige kust, vijf scheve olijfbomen en verder niets. Geen huis, geen koe, geen visser. Wóónt er eigenlijk wel iemand in Turkije?
Niet dat we iemand nodig hebben. Er is eten aan boord en één van de banken blijkt een geheime schatkamer vol blikjes! 'Mam, ze hebben alles! Cola, fanta, ijsthee, álles!’

Turkse bruid

We worden de hele dag verzorgd alsof we de Koninklijke familie zijn. Hakan (bemanning) rent af en aan met Turkse theetjes. Serkan (de kok) tovert in zijn minikeukentje schalen vol gegrilde aubergines, gestoofde courgettes, paprika’s gevuld met rijst en kaneel, verse fetakaas en olijven. Soms helpen de kinderen hem deegplakjes vullen met kruidenkaas. En net als de kleintjes het gehad hebben met de exotische hapjes gaan er ineens schalen hamburgers rond. Maar het hoogtepunt van de week is Serkans gebakken vis op donderdag. ’s Middags gevangen met de harpoen! ’s Avonds, als de kinderen slapen in hun hut, storten wij ons op het romantische cliché: liggend op het achterdek kijken we naar de sterrenhemel.
‘Kijk lief, de melkweg hangt in de lucht als de sluier van een Turkse bruid!’.
‘Ja schat’.

Vondst van de dag

Snorkelen is leuk, hebben we de kinderen verteld. Maar je moet het wel léren, merken we als op dag vier de snorkelpijpjes en duikbrillen tevoorschijn komen. Robin en Joe hebben het vaker gedaan. Zij gaan met Serkan op ‘octopussafari’. Wij ploeteren wat. Maar als we na een uurtje onze eerste zee-egel opduiken, zijn we het water niet meer uit te slaan. De hele middag verzamelen we zee-egels, slakken, kokkels, schelpjes en stenen. We gaan zelfs even aan land, om tussen de rotsen een natuurlijke zoutpan te ontdekken met een dikke laag glinsterende zoutkristallen. Met een kano vol vondsten monsteren we aan op de Grandi. Nét op tijd voor de thee. Op tafel vergelijken we de schatten. Robin en Joe hebben een zee-egel opgedoken met in zijn rug de afdruk van een zeester. Maar de grootste vondst komt voor rekening van Tommie, later die dag, als we tussen andere cruiseschepen liggen aangemeerd in ‘English Harbour’ (zo genoemd omdat ten tijde van de Tweede Wereldoorlog de Engelse schepen hier dekking zochten). In ondiep water vindt hij een zeester. Het beest speelt ‘dood’, maar als er na een tijdje ineens allemaal kleine haartjes beginnen te bewegen op zijn ‘armen’ tippelt ‘ie bijna van de tafel af! En dan wordt het nog een hele oploop in English Harbour. Want ook de andere boten willen het wonder zien: de zeester met duizend-en-één pootjes.

Roodkapje

Eerlijk is eerlijk. Na al dat deinen, snakken we af en toe naar vaste grond onder de voeten. We gaan een keer naar de markt. We beklimmen een keer een heuvel om de sunset te zien. En op de laatste avond gaan we ’s avonds aan land voor een bezoekje aan een Turks dorp. We maken kennis met de Turkse versie van een ruig kroegleven: met een glaasje appelthee een spelletje rummicubben. Door de open ramen waait een loom warm windje, binnen schettert de tv (niemand kijkt) en er is thee in overvloed.
Bozalan is een dorp van witte huizen met platte daken, trappetjes naar het dak, hier en daar een bed onder de olijfbomen en grote terrassen met geurende basilicum. Kippen scharrelen rond het erf en in de tuin wordt de koe gemolken.
Bij de moskee mogen we binnen kijken als we onze schoenen maar uit doen. En vrouwen moeten een sjaal over hun hoofd. 'Mam je lijkt Roodkapje wel', giechelt Tommie.
Zo beleefd als wij volwassenen de gebedsruimte betreden, zo vrij zijn de kinderen. ‘Het lijkt wel een judozaal’, juicht Tommie dansend op de tapijten. Tristan zakt theatraal in de lotushouding, om zich vervolgens dramatisch voorover op het tapijt te storten. ‘Allah-is-groot!’
Prinses Natasha schatert het uit.

Radslag en dansen

Die avond eten we bij een Turkse familie. De vloer is bedekt met tapijten die ze zelf knopen en verkopen. Het wordt picknicken op z’n Turks. Zitten rond een kleedje met een groot zilveren blad vol schaaltjes en lepelen maar! Na de maaltijd komt de Turkse sitar tevoorschijn en jankt een trommelaar smachtende liederen. Aan het eind van de avond leert Hakan ons Turks dansen. De kinderen zijn door het dolle heen. Zo gek zagen ze hun ouders maar zelden doen…

Maar aan al het goede komt een eind. Na een week zit de tocht erop. Nog één keer zwemmen in een baai, nog één stukje zeilen, nog één overwinning: Tommie durft als enige van de punt van de boot af te duiken. En dan zijn we weer terug in de haven van Bodrum. Dagen later, in Nederland, voelen we vreemd genoeg nog steeds de deining van de zee. Zou de heimwee zo diep zitten?

Tussock Cruising