hetvolk.be
31 december 2005
Print Document

Bart MOERMAN


Ongejaagd door de wind

De wind slaat in de zeilen en duwt het schip vooruit, terwijl de zon brandt op ons gelaat. Ondertussen tonen de Turkse rotskusten hun zoveelste verrassende gedaante. De boot wordt gejaagd door de wind, maar toch voel ik me zeldzaam ongejaagd. Zo'n houten 'gulet' kan dus toch een echt zeilschip zijn.

Ongejaagd door de wind
Wie geen zin heeft, hoeft niet mee te helpen aan boord van een gulet: luieren is de boodschap.
 

Ik heb wel eens eerder met zo'n traditioneel Turks schip gevaren: een verkenning van de kust rond Antalya. Zo'n houten boot straalt een zekere grandeur uit. Maar als hij op zijn motor vaart, zoals de meeste, stinkt hij naar diesel. Het voorstel van de Nederlandse zeilspecialist Tussock om eens een weekje écht te zeilen met een gulet, was dan ook bijzonder aanlokkelijk. Zeker omdat de Tussock-schepen minder toeristische plekken aandoen en op zoek gaan naar het echte Turkije.

Toch vreesde ik nog de verkrampte kajuiten, zoals in zovele jachten. Ten onrechte, zo blijkt. Ik heb zelfs mijn eigen badkamer met douche en toilet. Meewerken hoeft niet: er is vier man personeel aan boord. Als ik wil, mag ik van kapitein Tuncay wel eens het roer vasthouden. Maar hij blijft in de buurt.

Verse baars

Na een paar dagen aan boord ken ik het ritueel. Ik word wakker van de startende scheepsmotor. Als die stopt, volgt het geratel van de ankerketting en roept de jongste scheepsmaat ons voor het ontbijt in alweer een nieuwe goddelijke baai waar we helemaal alleen liggen.

De kapitein zit die ochtend langs de gulet in een klein bootje. Hij is de vis aan het schoonmaken die hij 's nachts gevangen heeft. Zijn vader was ook een visser. Die leerde hem varen en hoe zijn netten uit te gooien. Zo weet hij wat een poon en een baars is, en welke vissen hij meteen weer in zee mag kieperen.

Maar eerst het ontbijt aan een lange tafel achteraan het schip. Koffie, thee, tomaten, kazen, ham, jam, een eitje voor de liefhebbers het kan niet op. De meisjes maken na het ontbijt nog even een duik en dan komt kapitein Tuncay. ,,Briefing time'', roept hij.

Op de kaart toont hij dat we richting Ören varen, een marktdorpje. Eigenlijk moet hij gewoon verse groenten en fruit inslaan, maar hij maakt er een hele uitstap van. Het dorp ligt zo'n 10 minuten (met een busje) de bergen in en de hele omgeving komt er shoppen. De ene komt aanzetten met een vrachtwagen paprika's, de andere met een kist tomaten. Op de markt zijn meer dan honderd verschillende kruiden te koop. Om nog te zwijgen van die roze slaapkleren die je ook bij ons in Turkse winkels vindt.

Gasten van het dorp

Naast de markt zelf is er een theetuintje waar de mannen, maar ook wel wat vrouwen, een kaartje leggen en een babbeltje slaan. De kapitein trakteert ons op een theetje terwijl we op zijn boodschappen passen. Dan gaat het terug naar de boot waar kok Mustafa al met zijn kookpotten klaar staat. Hij maakt verse slaatjes en gooit de vis in de pan. Even later besef ik hoe heerlijk vers wel kan zijn. Wie wil, mag Mustafa meehelpen en zo de beginselen van de Turkse keuken leren. De anderen genieten gewoon van hun raki met een olijfje en wat kaas of worst.

We hijsen de zeilen en trekken naar alweer een verlaten baaitje. Scheepsmaat Goktian haalt de windsurfplank boven. Eén van de jongens wil zijn voorbeeld volgen en beseft plots wat leren met vallen en opstaan betekent. Een meisje diept haar duikbril op, een koppel gooit een bal heen en weer, de anderen liggen lui met een boek op het zonnedek.

Goktian loopt ondertussen te glunderen: 's avonds gaan we immers het dorp waar hij opgroeide bezoeken. Zijn vader heeft er een theehuis, waar hij trots zélf de honneurs waarneemt. Ons groepje is er duidelijk de belevenis van het jaar. Drie kleine meisjes, hun boekentasje nog in de hand, komen naar ons zwaaien. Twee oude besjes vinden ons bijzonder vermakelijk. Enkele van hun vriendinnen trekken ondertussen met een koe bergafwaarts naar huis. Een oude man met een ezel wil absoluut dat ik een foto van hem maak.

Mausoleum van Mausolos

We trekken tussen de olijfbomen hogerop: we zijn te gast bij Nusret en Emel Yildirim. Vanop hun immens balkon zien we heel het dorp. In de diepte ligt de zee. Emel toont hoe ze tapijten weeft. Ondertussen wordt de raki aangesleept, de wat straffere Turkse variant op de Griekse ouzo of de Franse pastis. Dan volgen hapjes zoals gevulde druivenbladeren en börek (deegsigaren). Opa en oma komen erbij. Ze verstaan nauwelijks een woord, maar helpen wat en lachen vriendelijk als ze zien hoe gezellig wij het hebben.

Een onderbuur loopt even binnen: hij heeft zin om wat Engels te praten. Hij is geboren in Kansas, vertelt hij, volgde de Harvard Business School en maakte carrière als manager. Maar hij merkte dat hij wat miste: het echte leven. Daarom ging hij met zijn vrouw, een bekende zangeres, opnieuw in Bozalan wonen, in een simpel dorpje, met echte mensen.

Terug op de boot moest ik eraan terugdenken: die ene Tussock-dag had me meer laten proeven van het echte Turkije dan veel mensen ooit meemaken tijdens weken in een vijfsterrenhotel aan de kust. Manager Loes Douze van Tussock-cruising is blij dat te horen. ,,Weet je, we hebben nog veel van dat soort adresjes. Ik ken nog een visser met een authentieke trawler die af en toe wel eens een gezelschap meeneemt. We bezoeken ook nog andere dorpjes. Of we rijden met een jeep een eind het binnenland in. Het hangt er allemaal vanaf wat het gezelschap wil.''

De dag na Bozalan varen we naar Bodrum, een echte toeristenstad. Het contrast is groot. Als ik een winkel binnenloop op zoek naar een leren jasje, word ik zelfs aangesproken door een meisje uit Deinze dat naar Turkije geëmigreerd is.

Bodrum heeft een aardig kruisvaardersfort en natuurlijk ook het 'Mausoleum', de graftombe van koning Mausolos. Toen de stad nog Halikarnassos heette, werd die als één van de zeven wereldwonderen beschouwd. Nu blijven er alleen wat ontgoochelende stenen van over. Terug naar de boot dus. Die meert nog aan bij Knidos, ook een ruïne uit de oudheid. Of in Gümüslük, een nèt iets te toeristisch vissersdorpje.

Maar de wind die in de zeilen speelt, blijft in mijn geheugen gegrift. En het afgelegen baaitje waarvan ik de naam vergeten ben, waar een visser op ons afvoer in de hoop wat vis te verkopen.

Dát is het echte Turkse leven.


Tussock Cruising