(Nederlandse krant)
vrijdag 29 februari 2008
Print Document

door Bart Olmer


Luieren op een jacht

GÖÇEK -  Daar ligt ze in volle glorie: de 'Grandi', een schitterende houten tweemaster, een klassieke gulet, 25 meter lang, volledig getuigd. Afgemeerd aan het einde van de steiger in Göçek, Turkije, met haar loopplank uitnodigend neergelaten. Elke zeilliefhebber wordt onrustig bij de aanblik van zo'n renpaard, met haar blauwe, glimmende romp. Deze week zal de vijfkoppige crew bewijzen écht te kunnen zeilen met dit prachtschip, in plaats van een beetje suf rond te motoren, zoals vele Turkse 'zeiljachten' doen met verveelde toeristen. Nee, dit veertienpersoons zeiljacht is een raspaardje, dat vele wedstrijden won.

Maar deze zaterdagavond is het kalm, de zee spiegelglad, de nacht warm en heeft de zware lucht van bloemengeur de plaats ingenomen van de zeebries. De 470 vierkante meters zeildoek zijn onberispelijk opgedoekt, alle lijnen zijn opgeschoten en het lijkt alsof de bemanning zelfs nog kans heeft gezien de verfkwast te hanteren voordat de gasten arriveerden. Op de steiger staan ze, in onberispelijke kleding, klaar om iedereen welkom te heten: schipper Mehmet Ali Özkivrak, zijn vriendelijke kok Hakan Uguz en de twee onvermoeibare dekkrachten Zafer Sanli en Öztürk Çat. En met name die twee 'dekzwabbers' zullen ons gaan verrassen: keihard werkend, altijd als eersten wakker en immer paraat om een drankje aan te bieden. En ook kok Hakan, niet te beroerd om een verloren handdoek in een baai op te duiken, zal indruk maken op de aanwezige vrouwen. 'Mag hij mee naar huis', zal een van hen verzuchten aan het einde van de week.





Aan boord zijn de hutten verbazingwekkend luxueus. Elk verblijf heeft zijn eigen 'powershower', beslist niet standaard aan boord van schepen vanwege het enorme waterverbruik. "Die hebben we er deze winter in laten bouwen" , glimlacht Loes Douze tevreden, de charmante eigenaresse van de negen zeilschepen van Tussock Cruising, die ons deze week begeleidt.

Die avond wordt het direct laat, op het achterdek, waar een indrukwekkend diner is opgediend onder een afdak van zeildoek. Vreemd genoeg lijken de gasten, die allemaal vreemden zijn van elkaar, perfect als groep bij elkaar te passen. "Ja", glimlacht eigenaresse Loes geheimzinnig, " wij zoeken altijd naar de beste groepssamenstelling als mensen een reis boeken."

Pannenkoeken
Schipper Özkivrak manoeuvreert na een prachtige eerste zeildag en een lunch in een baaitje waar het zalig duiken en zwemmen was, zijn schip richting een verlaten baai, waar we de nacht doorbrengen. Een roeibootje nadert de Grandi, met een echtpaar dat een soort pannenkoeken bakt, die bestreken worden met... Nutella. De Grandi wordt vastgesnoerd tussen de ankerketting en een lijn achter op het schip, die rondom een rotspunt is geknoopt.

Die volgende ochtend ratelt al om halfzes de ankerlijn omhoog. "We moeten vroeg weg", zegt de schipper, terwijl hij de gashendel naar beneden duwt. "Want als we niet op tijd zijn, komen we terecht in een ruwe zee rondom een landtong. Als we die vroeg passeren, is de zee nog rustig." Hij hoeft zijn bemanning niet aan te sporen. Uiterst behendig rennen ze over het dek. Het geluid van de motor is voor hen voldoende om te weten wat ze moeten doen.

De volgende dag bezoeken we Myra. Een vloedgolf Russen bezoekt het graf van hun geliefde heilige, Sint Nicolaus. Ze leggen hun hand op het praalgraf waar het lichaam zou hebben gelegen van de heilige. Maar de gids weet beter. Buiten gehoorafstand van de Russen zegt hij: "Daar ligt-ie helemaal niet. Zijn botten hebben gelegen in een totaal ander deel van de kerk. En inmiddels is hier geen botje meer te vinden van die man, maar dat gaan we die Russen natuurlijk niet wijsmaken. Voor hen is het fantastisch om thuis in Moskou een fotootje te tonen van jezelf bij het praalgraf van Sint Nicolaus." Schippers zullen overigens met meer respect spreken over de heilige, daar hij gezien wordt als de beschermheilige van alle zeelieden. Maar dat weet onze tolk weer niet.

Duif
Dat weet Grandi-schipper Özkivrak wél: " Die botten zijn geroofd naar Italië. Ik heb een paar jaar geleden een groep devote Italiaanse rooms-katholieken vervoerd tijdens een vier weken durende bedevaartzeiltocht. Al die weken hadden we een duif mee in een mand, die we zouden loslaten voor de Italiaanse kerk waar zijn botten nu worden bewaard. Het idee was dat de duif zou terugvliegen naar Myra. Maar", hinnikt de schipper van de lach, "dat mislukte een beetje. Na de officiële ontvangst tilden we het deksel van zijn mandje en hij schoot zó de kerk in. We konden hem onmogelijk nog vangen. Volgens mij vliegt-ie nog rond daar in de nok, nooit meer teruggegaan naar Myra." De dagen glijden voorbij in een zalig lui ritme, terwijl de dekzwabbers ons in de watten leggen. Wat een superjongens, die tien keer beter zijn en harder werken dan de scheepsmaatjes van de Hollandse chartervloot, die voornamelijk zijn geïnteresseerd in de nachtelijke activiteiten. "Nou, dat moeten ze vooral uit het hoofd laten", zegt Douze streng. De Grandi bewijst een echt zeilschip te zijn. En dat is een Hollands-Friese verdienste, want een Fries ontwikkelde het zeilplan voor de schepen en een Hollandse instructeur vloog naar Turkije om de Turkse bemanningen te leren zeilen met de schepen. Er hoeft heus niet alleen gezeild te worden. In overleg met de kapitein wordt de ene avond geankerd in een baai, de andere avond in een klein haventje. Meestal zijn er een of twee excursies per week. Ieder schip vaart zijn eigen koers en al zeilend van baai tot baai hebben de passagiers volop gelegenheid om te snorkelen in het kristalheldere water, vissersdorpjes te bezoeken of een wandeling door de natuur te maken.

"Weet je hoe enthousiast onze gasten zijn?" zegt Douze trots. "Zo'n zeventig procent van onze klanten keert terug na de eerste cruise voor nog een vakantie met ons. Een aantal is meer dan twintig keer mee geweest. Eén Nederlandse dame, die wij de bijnaam 'de keizerin' hebben gegeven, is al 25 keer mee geweest."

Helende grot...
"Het is hier eng", zegt een van de opvarenden angstig, als ze met knikkende knieën is afgedaald in een thermale grot in Fethiye. Terwijl het schip alvast doorvaart naar een volgend stadje, daalt de groep af langs een wrakkig trappetje in een stinkende grot, die volgens het grappig vertaalde Engels-Duitse foldertje helend moet werken voor een indrukwekkende lijst aandoeningen. Het is er diep, donker, eng en de stank wordt steeds erger. De plaatselijke bevolking wurmt zich met een vreemd soort doodsverachting langs de aarzelende groep Hollanders op het wrakkige, wankelende trappetje, die zich afvragen of de reisverzekering dit ook dekt. De grot is zó diep, dat zelfs de doorgewinterde reizigers halverwege terugkrabbelen. Maar in één grot belanden ze op de bodem. Er hangt een vochtige, bedompte rottende geur. Touwen hangen boven het water, waaraan de badende bezoekers zich kunnen vasthouden. "Soms wurmen zich wel 35 mensen in deze krappe poel", vertelt Douze. Dat moet een idioot gezicht zijn.


The Independent